Satay: het verhaal achter de geroosterde spies die de wereld veroverde

Geschreven door

in

Satay is een gerecht dat bijna iedereen kent, maar waarover de meeste mensen toch minder weten dan ze denken. Kleine stukjes vlees op een bamboespies, geroosterd boven houtskool en geserveerd met een saus: zo eenvoudig ziet het eruit. Toch gaat er achter dit gerecht een rijke geschiedenis schuil, met wortels in Indonesië en Maleisië en een reis langs keukens over de hele wereld. Van straatvoedsel in Jakarta tot populair partygerecht in Nederland: de geroosterde vleespen heeft een opmerkelijke weg afgelegd.

De oorsprong van satay ligt in Zuidoost-Azië

Satay komt oorspronkelijk uit Indonesië en Maleisië, waar het al eeuwen gegeten wordt als goedkoop en snel straatvoedsel. De naam is afgeleid van het Javaanse woord voor gegrild vlees op een stokje. Verkopers op straat roosterden kleine stukjes vlees boven een vuurtje en verkochten die voor een paar cent per spies. Het gerecht was voor iedereen betaalbaar en smaakvol, wat het enorm populair maakte. In de loop der tijd verspreidde het zich naar andere landen in de regio, zoals Thailand, de Filipijnen en Singapore, en later ook naar Europa. Elke regio gaf er zijn eigen draai aan: andere marinades, andere vleessoorten en andere bijgerechten. In Thailand wordt het vaak geserveerd met een kokosmelksaus, terwijl je in Singapore de typische sate met rijstblokjes en een zoetige saus vindt.

Hoe het gerecht van straateten tot huiskamerfavoriet werd

Nederland heeft een speciale band met dit gerecht, en dat is geen toeval. Door de koloniale geschiedenis met Indonesië raakten veel Nederlanders vertrouwd met de Indonesische keuken. Na de Tweede Wereldoorlog vestigden veel Indonesiërs zich in Nederland en namen hun eetcultuur mee. Zo werd de geroosterde vleespen langzaam onderdeel van het Nederlandse eetpatroon. In Nederland kennen de meeste mensen het als stokjes kippenvlees, ook wel saté ajam genoemd, of als varkensvlees, bekend als saté babi. Die worden hier vrijwel altijd geserveerd met een dikke bruine pindasaus. Die combinatie is zo ingeburgerd dat veel Nederlanders denken dat de saus bij de definitie hoort. Maar in Indonesië zelf zijn er tientallen varianten, waarbij de saus maar één van de vele mogelijkheden is.

De marinade en bereiding maken het verschil

Wat een goed stokje vlees onderscheidt van een geweldig stokje vlees, zit hem grotendeels in de marinade. Traditioneel wordt het vlees gemarineerd in een mengsel van specerijen zoals kurkuma, koriander, galanga en citroengras, aangevuld met sojasaus en suiker. Door het vlees een paar uur of een nacht te laten marineren, trekken de smaken goed in. Daarna worden de stukjes vlees op bamboespiesen geregen en gegrild, het liefst boven houtskool. Die bereiding zorgt voor een lichte rooksmaak die je niet krijgt met een gewone grillpan. De stukjes zijn doorgaans klein, zodat ze snel garen zonder uit te drogen. Dat is ook de reden waarom het vlees zo mals blijft. Bij de keuze van het vlees zijn kip, rund en varken het meest gebruikt, maar er bestaan ook varianten met lam, geit, garnalen of tofu voor wie geen vlees eet.

Satay in de moderne keuken en wereldwijde populariteit

Tegenwoordig staat het gerecht op de menukaart van restaurants van Amsterdam tot New York en van Londen tot Sydney. De geroosterde spies heeft zich aangepast aan lokale smaken en dieetwensen zonder zijn kern te verliezen. In westerse keukens wordt het vlees soms vervangen door tempeh of groenten, en de bijgerechten variëren van rijst tot brood. Ook de pindasaus heeft buiten Azië een eigen leven gekregen: van mild en zoet tot pittig en vol van smaak. Op verjaardagen, barbecues en borrels is het een vaste waarde. Die populariteit is niet toevallig: het gerecht is makkelijk te maken, goed voor te bereiden en geschikt voor grote groepen. Toch is het interessant dat zoveel mensen de naam kennen, maar weinig weten over de oorsprong, de varianten en de echte bereidingswijze. Wie zich er eenmaal in verdiept, ontdekt een wereld van smaken die veel verder gaat dan het bekende stokje met saus.

Veelgestelde vragen

Wat is het verschil tussen saté ajam en saté babi?
Saté ajam is gemaakt van kip en saté babi van varkensvlees. In Nederland zijn dit de twee meest gegeten varianten. In Indonesië zelf zijn er nog veel meer soorten, zoals saté kambing van geit of saté sapi van rundvlees.

Moet je bamboespiesen weken voor gebruik?
Het is verstandig om bamboespiesen voor het grillen minstens dertig minuten in water te weken. Daardoor verbranden ze minder snel op de barbecue of onder de grill, en blijft het vlees beter zitten.

Is pindasaus altijd een onderdeel van het gerecht?
Pindasaus hoort niet altijd bij het gerecht. In Nederland is de combinatie met pindasaus heel gangbaar, maar in veel Aziatische landen worden andere sauzen gebruikt, zoals een zoete sojasaus, een kokossaus of gewoon een simpele dipsaus op basis van kruiden en limoensap.

Kan je het vlees ook van tevoren marineren?
Het vlees van tevoren marineren werkt goed. Een marinade van een nacht geeft de diepste smaak, maar al een paar uur marineren maakt al een duidelijk verschil. Bewaar het gemarineerde vlees afgedekt in de koelkast totdat je het gaat grillen.

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *