Kinabalu Park is een van de meest bijzondere natuurgebieden in heel Zuidoost-Azië. Het park ligt in de Maleisische staat Sabah, op het eiland Borneo, en trekt elk jaar duizenden bezoekers uit de hele wereld. De reden is duidelijk: hier staat de Mount Kinabalu, een berg van 4095 meter hoog. Maar het park biedt veel meer dan alleen die imposante top. Wie hier naartoe reist, ontdekt een wereld van oerwouden, zeldzame planten en adembenemende uitzichten.
Een UNESCO-werelderfgoed met een rijke natuur
Al in het jaar 2000 erkende UNESCO dit gebied als werelderfgoed. Dat is niet voor niets. Kinabalu Park herbergt een ongelooflijke verscheidenheid aan planten en dieren. In het park groeien meer dan 5000 soorten planten, waaronder de beroemde Rafflesia, een van de grootste bloemen ter wereld. Ook leven er honderden soorten vogels, vlinders en insecten die je nergens anders vindt. Het park beslaat een oppervlakte van ruim 75.000 hectare en bestaat uit regenwouden, bergweiden en rotsachtige toppen. Die afwisseling maakt de natuur hier zo bijzonder.
De beklimming van Mount Kinabalu in twee dagen
De meeste bezoekers komen naar het park voor de trekking naar de top van de berg. Die klim duurt twee dagen en vereist geen klimervaring, maar je moet wel goed fit zijn. Op de eerste dag wandel je van het park naar Laban Rata, een bergkamp op ongeveer 3270 meter hoogte. Daar overnacht je in een eenvoudig huis. Vroeg in de ochtend, vaak rond drie uur, vertrek je voor het laatste en zwaarste stuk richting de top. Bij zonsopgang sta je dan op Low’s Peak, het hoogste punt van de berg. Het uitzicht over Borneo dat je daar krijgt, is de inspanning meer dan waard. Belangrijk om te weten: er mogen per dag maar 150 mensen aan de klim beginnen. Een vergunning is daarom verplicht en reserveer je het beste ruim van tevoren.
Wat je verder kunt doen in en rond het park
Niet iedereen wil de top bereiken, en dat hoeft ook niet. Het park biedt meerdere kortere wandelroutes door het oerwoud, geschikt voor mensen van alle leeftijden. Langs die paden zie je apen, tropische bloemen en misschien wel een van de vleesetende bekerplanten waarvoor het gebied bekend staat. Wie geïnteresseerd is in planten, kan een bezoek brengen aan de botanische tuin bij de parkentree. Daar worden lokale plantensoorten bewaard en tentoongesteld. Rondom het park liggen ook kleine kampongs en markten waar je in contact komt met de lokale Kadazan-Dusun bevolking en hun cultuur kunt ontdekken.
Praktische informatie voor je bezoek aan het park
Het beste moment om het park te bezoeken is tussen maart en augustus. In die periode valt er minder regen dan in de rest van het jaar, wat de wandelingen aangenamer maakt. Het dichtstbijzijnde vliegveld is dat van Kota Kinabalu, de hoofdstad van Sabah. Vanaf daar rij je in ongeveer twee uur met een bus of taxi naar de ingang van het park. Overnachten kan zowel in het park zelf als in het nabijgelegen dorpje Kundasang. De toegangsprijs tot het park bedraagt voor buitenlandse bezoekers een vast bedrag, los van de kosten voor de bergtrekking. Die klim is door de verplichte gids en de parktarieven een aanzienlijke investering, maar veel reizigers omschrijven het als een van de hoogtepunten van hun reis door Maleisië.
Veelgestelde vragen
Hoe ver van Kota Kinabalu ligt het park?
Het park ligt ongeveer 90 kilometer ten noordoosten van Kota Kinabalu. Met de bus of een taxi ben je daar in ongeveer twee uur. Vanuit Kota Kinabalu vertrekken dagelijks bussen richting het park.
Is de trekking naar de top van de berg gevaarlijk?
De trekking is pittig maar niet gevaarlijk als je goed voorbereid bent. Je moet fit zijn en stevig schoeisel dragen. Een gids is verplicht en begeleid je tijdens de hele klim. Mensen met hartproblemen of hoogtevrees doen er goed aan vooraf een arts te raadplegen.
Welke kleding neem je mee voor de beklimming?
Voor de beklimming is het slim om laagjes te dragen. Overdag kan het warm zijn, maar op grote hoogte en vroeg in de ochtend daalt de temperatuur snel richting het vriespunt. Een regenjas, warme trui en stevige wandelschoenen zijn noodzakelijk.
Kun je het park ook bezoeken zonder de berg te beklimmen?
Ja, dat kan zeker. Het park heeft meerdere wandelpaden op lagere hoogtes, een botanische tuin en veel mogelijkheden om de natuur te verkennen zonder de berg op te gaan. Een bezoek aan het park is ook zonder de grote trekking de moeite waard.

Geef een reactie